Kapel

kapel-1Waarom een Sint Joriskapel?
Omdat de gilden, zoals we die in Brabant kennen, een grote binding hebben met het katholieke geloof ontstonden er vele kapellen. Veel gilden in de regio van Kring Peelland hebben al lange tijd een eigen gildekapel ter ere van haar patroonheilige. In Gemert stond al een Sint Antoniuskapel, maar het Sint Jorisgilde, oftewel de Rooj Skut, wilde een eigen kapel. In 1975 kwamen de eerste plannen op tafel en werden de eerste schetsen gemaakt. Het was de bedoeling dat de kapel aan de Scheidiuslaan kwam te staan, achter het gasstation en achter het kasteel. Later zou het nog aan de Heuvel komen staan waar vroeger café “De Zoete Moeder” stond. Al die plannen verdwenen echter door allerlei oorzaken in de prullenbak. Eind 2007 startte de gemeente Gemert-Bakel een vitaliseringsproject Binnengebied, waarin personen en organisaties een subsidie konden verkrijgen. Het Sint Jorisgilde maakte daar dankbaar gebruik van en vroeg een subsidie aan voor de bouw van de kapel en heeft die ook gekregen. Eerst was de kapel gepland bij de “Zoete Moeder” en later op de plaats waar het nu staat: op de hoek van de Kampen en De Haag.

kapel-3De bouw van de kapel.
De kapel is gebouwd in laatgotische stijl met steunberen, een korfboog boven de deur en spitsboogramen. De architect zorgde voor het ontwerp en de vele gildebroeders en vrijwilligers hebben het gebouwd. De kapel heeft veel traditionele details zoals boerenvlechtwerk en stenen die in kruisverband zijn gemetseld. De stenen komen van een oud klooster uit Brunssum en het zijn echte veldstenen. Dat wil zeggen ongelijk van vorm en op het veld gebakken, zoals dat vroeger ging. Boven de deur prijkt een hoofdanker dat uit één stuk werd gesmeed, de Franse lelie voorstellend. Oud Hollandse pannen bedekken het dak en daarin zitten echte stropoppen die door gildebroeders zijn gemaakt. De kapel is omgeven door een grindbak en heeft geen dakgoten, zoals dat vroeger gebruikelijk was. Op het dak prijkt een prachtige klokkentoren met daarin een klok die in 1949 is gegoten door klokkengieter Petit en Fritsen uit Aarle Rixtel. Binnen is de vloer belegd met rode boerenplavuizen waarop een zestal gedecoreerde eiken bankjes staan die oorspronkelijk afkomstig zijn uit de kapel van Huize Padua.

De symboliek van de kapel.
De kapel staat bol van de gildesymboliek. Een creatieve gildebroeder van het Sint Jorisgilde heeft een groot
aandeel gehad in de vele kunstwerken die de kapel rijk is. Het Sint Jorisgilde is vernoemd kapel-4naar Sint Joris met de draak. Zodra men de kapel nadert, valt het reliëf boven de deur op, voorstellende Cleolinda, de dochter van de koning die geofferd moest worden aan de draak. Volgens de legende heeft Sint Joris eigenhandig de draak verslagen en daarmee haar leven gered. In de korfboog boven de toegangsdeur is een sluitsteen aangebracht met een reliëf van de duivel, om boze geesten buiten te houden. In de oostgevel is op een plaat van impalagraniet een reliëf aangebracht van Sint Joris in gevecht met de draak. De eerste steenleggers van dit monument, de oud-kapitein van het Sint Jorisgilde en de tamboer-bouwmeester, zijn in gevelreliëfs gepersonifieerd en geëerd. Tegen het gestukadoorde tongewelf is een medaillon aangebracht. Deze afbeelding staat eveneens op het gildevaandel van het Sint Jorisgilde en op de fronton van de hoofdburcht van het kasteel. Bovenin staat het wapen van Clemens August van Beieren, die zich al grootmeester van de Teutonische ridderorde, een wereldlijk en geestelijk vorst, presenteert als de opperste beschermheer van het Sint Jorisgilde in Gemert. Links onderin het wapen van landcommandeur van Sickingen en rechtsonder het algemene wapen van de Duitse Orde.

De gildenhoofden in de kapel.
kapel-5De ‘skut’ leeft en mag zich verheugen in de belangstelling en sympathie van zeer veel Gemertse mensen. Acht gildehoofden zijn in de kapel geportretteerd en zien toe. De koning en de koningin, de kapitein en zijn officieren, de deken en de tamboer. Het zijn bekenden uit de gildegeschiedenis van begin tot eind. Het jaar 2013 is het jaar van de troonswisseling in het Koninkrijk der Nederlanden. Wie anders mag je dan verwachten dan de afgaande koningin Beatrix en haar opvolger Willem-Alexander, koning van het heden en de toekomst. Als kapitein is gekozen voor het hoofd van landcommandeur Edmond Godfried van Bocholtz, de man die in 1662 de soevereine status van Gemert veilig stelde en tot 1690 hier regeerde als vorst en heer. Zijn luitenant is landcommandeur Hendrik van Ruijschenbergh die in 1587 de Latijnse School stichtte in Gemert en hier als Soeverein Vrijheer de scepter zwaaide van 1572 tot 1603.

Deken is niemand minder dan de in 1782 op het kapel-6kasteel geboren Anton Borret, die als eerste Brabander in de Raad van State komt. In de tamboer herkennen we het gezicht van Wim van den Eijnde, de pater familias van een rooj Gemerts ‘vorstenhuis’ dat de trom roert. Kornet is de man die als jong volwassene standaardruiter was van het Sint Jorisgilde, op zijn 45ste koning van het gilde en in 2014 veertig jaar gemeentebestuurder (Harrie Verkampen). Vaandrig tenslotte is de persoon Everard Hugo Scheidius die het Gemertse kasteel herstelde, hier een eerste boerencoöperatie stichtte en bovendien de stamvader is van de heren en vrouwen beschermers van het Sint Jorisgilde. Zij zijn de representanten van alle gildebroeders die de afgelopen 500 jaar op een vrijmoedige innemende manier kleur hebben gegeven aan de Gemertse samenleving.

 

kapel-7

 

Op de foto hiernaast is het interieur te zien van de kapel tijdens de inzegening door pastor van Lamoen op zaterdag 29 maart 2014. De zon schijnt door de glas-in-lood ramen waarin afbeeldingen van Sint Joris en de draak en het gemeentewapen van de oude gemeente Gemert.

 


Het terrein rondom de kapel.

Rondom de kapel is een grindbak gemaakt waardoor het water van het dak gemakkelijk kan wegvloeien in de grond. Om de grindbak heen zijn er van klinkertjes in waalformaat looppaden en paden naar de openbare weg aangelegd. Voor de toegangsdeur is in het straatwerk de vlag afgebeeld waarmee de vendeliers van het Sint Jorisgilde vendelen tijdens allerlei activiteiten van de ‘skut’. Het gehele terrein is kapel-2ingezaaid met een mengsel van inheemse grassen en kruiden. Dit terrein met hoog opgroeiende grassen en kruiden is van bijzondere waarde voor tal van diersoorten, waaronder de patrijs die het terrein al vele jaren als rust-, voedsel-, verblijf- en mogelijk ook voortplantingsplaats gebruikt. Mogelijk dat in de toekomst door het terrein een wandelpaadje aangelegd wordt om de bezoekers de mogelijkheid te bieden de kleurenpracht van de verschillende bloemen en planten te bewonderen.
Tussen het terrein van de kapel en het agrarische buurperceel is een elzensingel aangeplant. Op het flauwe talud van de sloot en in het lage terreindeel aan de ‘Kampensteeg’ zijn houtsingels aangeplant met inheemse bomen en struiken zoals zwarte els, gelderse roos, hazelaar, sleedoorn en meidoorn. Tijdens de inzegening van de Sint Joriskapel is er door de gildeformatie (geüniformeerde gildebroeders, beschermvrouwe en koningspaar) een rode beuk (Fagus sylvatica ‘Atropunicea’) geplant die kan uitgroeien tot een beeldbepalende, solitaire boom bij de Sint Joriskapel. Om ook buiten de kapel voor de bezoekers een rustpunt te hebben zijn er enkele banken geplaatst waar men rustig kan genieten van de kapel en haar omgeving.

Bezoekadres
Sint Joriskapel, Wijnboomlaan 5, 5421 ZS Gemert.