Vendelgebed

Als het Sint Jorisgilde een vendelgroet brengt spreekt de kapitein vooraf de volgende tekst uit: “We brengen een vendelgroet voor God, Koningin en vaderland, nu in het bijzonder voor ??..”, en dan wordt de naam genoemd van degene waarvoor gevendeld wordt.

Als de vendeliers van het Sint Jorisgilde zich met een vendelgroet presenteren hebben de figuren en bewegingen die zij met lichaam en vlag uitvoeren een speciale betekenis. In dit zogenaamd vendelgebed wordt de strijd tussen goed en kwaad gesymboliseerd, oftewel de strijd tussen Sint Joris en de draak. Het vendelgebed zoals dit momenteel wordt uitgevoerd:

Het vendelen

Het vendelen

1. Ronddraaien boven het hoofd.
Vendeldraaier, stoere knaap, hou je kloek en sterk in de strijd die gaat komen. Strijd voor het recht der vrijheid maar houdt de vlag onbesmet.

2. Draaien om de lendenen.
Geef je forse mannenkracht, die door de hevigheid van de lendenen wordt uitgedrukt. Laat de vlag om je lendenen draaien, ten teken, dat de zegsman zijn lendenen omgordt om te strijden voor recht en vrede.

3. Om de knie.
Laat de vijand maar strijden, ik tart hem, mijn jonge lichaam is gehard, mijn kracht is groot, ik zal hem dit tonen want ook zonder mijn handen weet ik mijn vlag te verdedigen.

4. Om één been
Laat de vijand proberen wat hij wil, doe je eed gestand en verdedig je tot het uiterste, want ook op een been kan de strijder z’n man staan zolang hij wil strijden.

5. Om de enkels
Laat de vlag steeds draaien, maar houdt ze in alle omstandigheden schoon en rein, al draait ze laag boven de grond, want het vaandel is ook een symbool van onkreukbaarheid en zuiverheid.

6. Onder de knieën door en op een been.
De vijand probeert mij op de knieën te krijgen, hij wil mij en de vlag vernederen. Zou ik, kleingelovige, de vlag niet kunnen beschermen?

7. Achter de rug door en overstappen
Van alle kanten probeert de vijand mij aan te vallen, maar ik zal hem afweren totdat ik overwin.

8. Overstappen.
De vijand probeert mij de vlag te ontnemen nu hij mij niet kan overwinnen, maar het zal niet gaan. Ik zal zijn tussen de vlag en hem; tussen het goede en het kwade en de vlag zal blijven draaien.

9. Achter de rug en onder de knie door.
Hoe zwaar is ‘s-vijands druk, hoe moet ik vechten en diep neerbuigen om zijn slagen te ontgaan, maar de vlag afgeven of laten vernederen: dat nooit.

10. Achter de rug doordraaien.
Het ogenblik van de strijd is gekomen, zoals in elk mensenleven eenmaal de vijand komt. De vijand zal mij van achteren aanvallen, maar met mijn machtige slagen zal ik hem afweren.

11. Op alle twee de armen over het hoofd gooien.
Mijn vlag, mijn eer, hoe moet ik vechten om u te verdedigen? Wat zal het einde zijn, mijn krachten raken uitgeput en de vijand laat niet los.

12. Opgooien boven het hoofd.
Hou de eer hoog en wees edelmoedig tegenover de vijanden. Bezoedel de vlag niet door verkeerde daden.

13. De vlag wordt opgerold.
Hoe blij ben ik, hoe dankbaar, mijn vreugde kent geen grenzen. God zij gedankt.Tijdens het oprollen geven tamboers blijk van vreugde door hun roffelen.